Maassluis, historische stad aan het Scheur.

Maassluis is de kleinste van de vier steden aan de vaarweg van Rotterdam naar zee. De kleinste, maar ook de eerste en de laatste; dat hangt er maar vanaf van welke kant je begint. In ieder geval heeft dit water onze stad haar naam en faam bezorgd, ook al toen deze vaarweg nog rivier was en gewoon ‘Maas’ heette, of ‘Het Scheur’ als aanduiding van de vaargeul ter hoogte van Maassluis.

 Vloed
20120513dijken360
Na de watersnood van 1164 waarbij vele dijkdoorbraken plaatsvonden probeerde men van de Maasdijk een aaneengesloten dijk te maken. 100 jaar later was de Maasdijk een feit. (bron: Hoogheemraadschap Delfland)

De Maasmonding was heel wijd en tot aan het begin van de 14e eeuw had het water bij elke vloed tamelijk vrij spel in het Westland. Via vloedgeulen drong het water het land binnen en met vele dijken en kades probeerden de bewoners van de dorpen de voeten droog te houden. Tussen 1134 en 1164 vonden een aantal grote overstromingen plaats met dijkdoorbraken. Waar nu ‘De Vloot’ is sloeg een stuk dijk weg en de nieuwe dijk werd met een wijde bocht om het ontstane wiel gelegd. De zo ontstane scherpe hoek in de dijk kreeg de naam ‘Koningshoek’. Rond het jaar 1260 was de aaneengesloten dijk vermoedelijk voltooid, wat de aanleiding was voor het ontstaan van Maassluis.

 Sluizen

Nu de zee het land niet meer binnendrong kreeg men toch problemen met natte voeten, want het overtollige (regen)water kon ook niet meer weg. Verschillende afwateringen werden gegraven, zoals de Vlaardingse Vaart. Elk dorp leverde zijn bijdrage en de dorpen Monster en Wateringen delfden elk hun eigen vliet op een steenworp afstand van elkaar: De Noordvliet en de Zuidvliet. Waar deze beide vlieten bij de dijk uitkwamen maakte men ‘luchten’. Dit waren niet meer dan gaten in de dijk die bij hoogwater met een schuif werden afgesloten. Om het overtollige water uit de polders naar de Maas te lozen zijn in de Maasdijk aanvankelijk dertien luchten (sluizen) aangelegd. Zo kon het gebeuren dat rond 1340 mensen van onbekende herkomst in deze contreien neerstreken om mee te helpen de luchten of sluizen te bewaken en bedienen … ‘dat er weleer bij de Monstersche Sluis niet meer dan twee Hutjes van leem en riet stonden, die door Luiden bewoond werden, welken het opzicht over deeze sluis aanbevolen was’. Dit waren de allereerste Maassluizers, de nederzetting Maeslantsluys was geboren!

 

 Maeslantsluys
20120513maeslantsluys320
Kaart van Maaslandsluis in 1590, getekend door landmeter Jan Potter. (bron: Hoogheemraadschap Delfland)

De nederzetting viel onder zeggenschap van het (agrarische) dorp Maasland en heette daarom Maaslandsluis. De plaats groeide uit tot een vissersdorp dat dankbaar gebruik maakte van de buitendijks ontstane kolk met een vaargeul naar de rivier. De visserij bracht veel werk en voorspoed mee en aan het eind van 16e eeuw zien we een welvarend dorp met een keur van aan de visserij verwante industrieën, zoals scheepsbouwers, touwslagers, kuipers, etc. De rijke belastingopbrengsten gaan echter naar het dorp Maasland waar zij hoofdzakelijk aangewend worden voor de boerenbevolking. Maassluis is klaar om op eigen benen te staan en maakt zich in 1614 los van de moedergemeente Maasland. Het dorp Maassluis was ontstaan!




 Fort op de Schans

In 1489 was de bevolking al zó in aantal en welstand toegenomen dat Jonker Frans van Brederode het de moeite waard vond om hier met 300 man van zijn troepen aan land te komen om er aan het plunderen te slaan. Het zou bij deze eerste ‘oorlog’ niet blijven, want het dorp lag op een strategische plaats. Wie de sluizen beheerste had de macht het Delfland onder water te zetten. En aan de andere kant beheerste Maaslandsluis samen met Brielle de toegang tot de Maas.
Bij aanvang van de Tachtigjarige Oorlog benutte Marnix van St. Aldegonde de strategische plaats van het dorp door buitendijks een schans te laten bouwen. Maar voordat dit bouwwerk klaar was werd het in 1573 al door de Spanjaarden veroverd, werd Marnix gevangen genomen en sloegen de Spaanse troepen danig op de bevolking los. Een jaar later gebeurde nog iets dergelijks, waarbij de Spanjaarden muitten en het dorp platbrandden.



 Groote Kerk
20120513grootekerk320
De Groote Kerk, getekend door Jan Fabius in 1865. (collectie Gemeentemuseum Maassluis)

In 1624 was het oorlogsgeweld reeds lang achter de rug en was men overgegaan tot sloop van de schans omdat er op die plek een nieuwe kerk moest komen. In 1629 ving de bouw aan, betaald uit een extra belasting op de binnengebrachte vis. De bouw werd aanzienlijk vertraagd doordat Duinkerker kapers de Maassluise vissersschepen tot zinken brachten. Op 9 oktober 1639 kon dominee Johannes Fenacolius (Vennekool of Venkel) de Groote Kerk inwijden. Hij was dezelfde die de zelfstandigheid van Maassluis in 1614 met succes had bevochten. Raadpensionaris Johan van Oldenbarnevelt tekende hoogstpersoonlijk de officiële Akte van Scheiding.

 

 Slepen, loodsen en bergen
20120513zwartezee320

Het gebouw van Smit aan de Buitenhaven met de sleepboot 'Zwarte Zee III'.

'.

Na de Franse overheersing en bij aantreden van de eerste Nederlandse koning vroeg en kreeg Maassluis het predicaat ‘Stad’. Er was geen sprake van stadsrechten, maar bij Koninklijk Besluit mocht voortaan wel de titel Stad gevoerd worden!

De visserij en de haar toeleverende bedrijven hebben Maassluis tot grote bloei gebracht. Na het totstandkomen van de Nieuwe Waterweg in 1872 kreeg het Loodswezen een vaste plaats in de haven en bracht de schepen veilig van en naar de nieuwe Rotterdamse havens. Ook vestigde zich het bedrijf dat uitgroeide tot Smit & Co’s Internationale Sleepdienst, later aangevuld met de Berging. Hoewel inmiddels al deze activiteiten uit de haven verdwenen zijn omdat ze meer ruimte nodig hebben dan Maassluis kan bieden, staat het gebouw van Smit met het markante uitkijktorentje nog altijd aan de haven en wacht op een zinvolle, liefst historische bestemming. En ook de historische binnenstad is een bezoek beslist en zeker waard!

 

 

 

 

 

A1797.jpg

HVM ook op FaceBook

Go to top